maandag 2 december 2013

Ta Gueule!



 




De tentoonstelling loopt nu een paar weken. En het eerste nieuwe werk is toegevoegd. Valkenburgs wielrennerslood in de schoenen. Uiteraard een werk over fietsers. O nee, wielrenners natuurlijk. Maar dan wel afgestapte.

Meer info over Ta Gueule ! op de website van het museum Land van Valkenburg: http://www.museumlandvanvalkenburg.nl/?p=1834

zondag 20 oktober 2013

De fotocollectie ingelijst








In het Maastrichtse klooster 'De Beyart' hangt een van mijn belangrijkste werken tot nu toe. De 11 Verwonderingen van plaats en tijd uit 2011 zijn echter niet toegankelijk voor publiek. Ze hangen in een besloten deel van het complex en zijn alleen bestemd voor de bewoners, hun bezoekers en het personeel van de afdeling. Vanwege die beslotenheid ontstond de gedachte om een tweede versie te maken voor een meer publieke ruimte. Als basis zou weer het rijke fotoarchief van de Beyart moeten dienen. Door tegenslag duurde het uiteindelijk drie jaar voor deze permanente tentoonstelling onthuld kon worden, maar op woensdag 14 oktober 2013 was het dan zover en kon het openingslint worden doorgeknipt. Het titelloze werk bestaat uit een zestal grote panelen die in maat, vorm en sfeer aansluiten bij de ruimte, een van de enorme gangen in de Beyart. De lijsten zijn helemaal gemaakt uit ongelakt populierenmultiplex. Door hun details onderscheiden ze zich van de bestaande deurlijsten, maar niet teveel. Ik vind dat een ingreep in een ruimte zich niet moet afzetten tegen de ruimte, maar erop moet aansluiten zonder zijn eigen identiteit te verliezen.

dinsdag 1 oktober 2013

Ta gueule !



 
 
Ta gueule ! Het is een woordspeling op de naam van het riviertje de Geul, zoals dat in Wallonië heet waar het ontspringt: La Gueule. La Gueule heeft Valkenburg-aan-de-Geul getekend tot wat het nu is. Maar in het Frans betekent la gueule ook heel wat anders: 'Ta gueule !' staat voor zoiets als: 'Houd je kop!' En dat wordt de titel van de tentoonstelling waar je mijn tekeningen vanaf 10 november kunt zien. Waarom zo'n grof klinkende titel? Simpel: het museum moet vooral niet netjes zijn mond houden want er bestaan ideeën om het te ontdoen van zijn bescheiden gemeentelijke subsidie. En dan kun je maar beter niet je mond houden. Dat doen mijn brave beestjestekeningen dus ook niet, ook al zijn ze nog zo klein...

Bij de tentoonstelling horen ook een aantal activiteiten, zoals een avondrondleiding, een toelichting op / excursie naar de restauratie van de 'Halte St Gerlach' (waarvan de presentatietekeningen op de tentoonstelling zijn te zien. Je kunt kennis maken met de digitalisering van mijn werk die een schatkamer aan nieuwe mogelijkheden met tekeningen openlegt. En een paar 'workshops' waarin ik laat zien hoe je insecten als spiegels van menselijke activiteit gebruikt.
 
Meer nieuws volgt!
 
 

donderdag 8 augustus 2013

La corne du cornucopianisme


La corne du cornucopianisme. La corne du... wàt? Lieve help, wat een ingewikkelde titel voor een tentoonstelling, zal menigeen denken. Maar is dat wel zo? Kunst hoeft niet altijd duidelijk te zijn. Kunst mag best vragen oproepen bij de kijkers, zonder die vragen te moeten beantwoorden. Vertalen van de Franse titel is bovendien niet zo gemakkelijk. Een poging leidt tot iets in de geest van ‘De Hoorn van Overvloedsconsumptie’. Maar dat klinkt voor geen meter. Daarom houd ik het simpelweg bij de prachtig poëtische Franse taal. In mijn installatie La corne du cornucopianisme wordt de open vraag opgeroepen of het eigenlijk wel zo verkeerd is om zoveel als maar mogelijk is te consumeren, om de aardse bodemschatten te plunderen of het milieu volledig te vervuilen met afvalstoffen.
Bijna iedereen zal zeggen dat we daarmee onze eigen toekomst vernietigen. Maar je kunt ook stellen dat de problemen die overconsumptie veroorzaakt, de mens dwingen om de samenleving verder te verbeteren, om technische oplossingen te zoeken en te vinden. Zo kun je bijvoorbeeld energie besparen als opwekking van elektriciteit milieuproblemen veroorzaakt, maar je kunt ook een andere benadering kiezen: meer elektriciteit beschikbaar stellen zodat niemand het met minder hoeft te stellen.

La corne du cornucopianisme is een bijzondere tentoonstelling op een bijzondere plek: de natuurtuinen van het Centrum voor Natuur- en Milieu-educatie CNME in het Jekerdal in Maastricht. Alleen al door het thema is het dè plek voor zo’n expositie, maar ook de vorm van de tentoonstelling past perfect bij de lokatie. De reeks houten ‘tafeltjes’ elk met één tekening waarop de mens zichtbaar is in de vorm van insecten, spinnen en andere kriebelbeesten, slingert zich sierlijk langs de graspaadjes.

Het is een buiten-expositie. De pentekeningen, soms met bladgouden lijnen, zijn echter niet bestand tegen langdurig verblijf in de buitenlucht. Daarom heb ik de tekeningen exact gereproduceerd voor het buitenwerk, en zijn de originelen binnen te zien, in een speciaal gemaakt ladenkastje. Anders dan de meeste kunsttentoonstellingen is het dus niet verboden om het werk aan te raken. Sterker: je moet de laadjes zelf uittrekken!

De tentoonstelling loopt van 11 augustus tot eind september. Op zondag 11 augustus opentinterimdirecteur José Ie van het CNME La corne du cornucopianisme om 13.30 uur. Die middag tot 17.00 uur, en (in elk geval) tijdens de vaste openingsuren van de Natuurtuinen is La corne du cornucopianisme te zien. De vaste openingstijden van de Natuurtuinen: dinsdag, woensdag en donderdag van 10 tot 16 uur. U vindt de natuurtuinen aan de Drabbelstraat, een korte zijweg van de Mergelweg.


De expositie gaat vergezeld van een aantal activiteiten. Zo organiseert het CNME op woensdagmiddag 14 augustus een kleine diertjes activiteit voor kinderen: kleine diertjes zoeken, bekijken en natekenen. Ook zal de tentoonstelling nog op een aantal zondagen te zien zijn. Ik ben er dan zelf bij aanwezig.

vrijdag 12 juli 2013

La mouche dit : "Vois comme j'y viens !"



(U vindt de Nederlandstalige toelichting onderaan)

12 œuvres miniatures composent mon participation de l'exposition en plein air 'Le Jardin Extraordinaire' à Perrusson (F, 37 (Indre-et-Loire)). L'installation ’La mouche dit: vois comme j’y viens !’ présente des miniatures en deux ou trois dimensions, où texte et dessin se fondent dans une mise en scène théâtrale figée. Parmi les fines lignes surgit la nature humaine, notamment par... des mouches. Sans doute, vous connaissez bien ces insectes, ils sont partout et toujours là. Les humains n’aiment pas les mouches. On les trouve malpropre et plein de microbes. Au pique-nique, on n’invite pas une mouche pour goûter le déjeuner sur l’herbe. Mais, attirées irrésistible par nos habitudes, les mouches vous montrent ici comme ils y viennent. Les mouches, elles semblent les humains... ?
 
Mes objets sont composées des materiaux 'pure': du bois, du papier, du verre, du métal; mes dessins-miniatures en fusain ou à l’encre. Ça peut être l’encre de Chine ou des encres en couleurs. Mais également des encres extraordinaires, comme le café, ou du sirop de pomme. C’est de la melasse, du sirop, diluée avec un peu de l’eau. Souvent, j’utilise aussi des ‘encres’ plus chères : des lignes dorées ou argentées. Récemment, j’ai pris quelques pas sur la découverte de la technique numérique du laser. En verre, en bois...
 
La mouche dit : "Vois comme j'y viens !" est à visiter pendant 'Le Jardin Extraordinaire'. Le 12, 13 et 14 juillet 2013. Perrusson, Parc Maurice Mardelle. Pour plus d'infos: http://www.lejardinextraordinaire.com
 
In het Nederlands staat er boven dit bericht: De vlieg zegt: 'Kijk hoe ik er kom!' Het is de titel van mijn presentatie tijdens de openlucht-expositie 'Le Jardin Extraordinaire' in het Franse stadje Perrusson, ville voisine van het toeristische Loches, dat veel Nederlanders kennen van een vakantie in de Loirestreek.

De vergelijking tussen het gedrag van insecten en dat van mensen wordt vaak gemaakt. In generaliserende zin meestal, omdat een vergelijking tussen -bijvoorbeeld- je buurman en een mug kan leiden tot een flinke ruzie. Mensen vergelijken met vliegen is nog minder vleiend. Maar misschien lijkt de vlieg in zijn gedrag wel heel veel op de mens? Ik laat de vraag open in La mouche dit : "Vois comme j'y viens !"

In het Nederlands staat er boven dit bericht: De vlieg zegt: 'Kijk hoe ik er kom!' Het is de titel van mijn presentatie tijdens de openlucht-expositie 'Le Jardin Extraordinaire' in het Franse stadje Perrusson, ville voisine van het toeristische Loches, dat veel Nederlanders kennen van een vakantie in de Loirestreek.

De vergelijking tussen het gedrag van insecten en dat van mensen wordt vaak gemaakt. In generaliserende zin meestal, omdat een vergelijking tussen -bijvoorbeeld- je buurman en een mug kan leiden tot een flinke ruzie. Mensen vergelijken met vliegen is nog minder vleiend. Maar misschien lijkt de vlieg in zijn gedrag wel heel veel op de mens? Ik laat de vraag open in La mouche dit : "Vois comme j'y viens !"

zondag 19 mei 2013

Het leukste werk van de wereld...

... dat hebben wij, Marte Hameleers, Michel van Henten, en ikzelf. We zijn de drie kunstenaars die onder de titel 'Het leukste werk van de wereld...' een lang weekeinde lang een groepstentoonstelling in het HuismethetHandje hebben samengesteld.

Zoals elk jaar is het HuismethetHandje weer een vaste lokatie in de 'Kunsttour' in Maastricht. Verspreid door het huis laat ik een aantal miniatuurobjecten en tekeningen zien. De tekeningen zijn zo nieuw dat de inkt amper droog is. Daarom vond ik het ook een aardig idee om de allerlaatste eraan toe te voegen. Ook al is die nog niet helemaal voltooid. De laatste tijd merk ik een verandering in mijn vrije werk. De rol van 'wit' of 'leegte' wordt belangrijker in het totaal. Het leidt tot minimalistisch werk. Hoewel dat op het eerste gezicht niet zo is, geldt ook voor het object 'Une nouvelle d'été' dat het een minimalistisch werk is: de ingreep die van een wespennest een beeldend werk maakt heb ik beperkt tot slechts twee strak vormgegeven miniatuur-elementen in hout.

Het leukste werk van de wereld... is te zien in het HuismethetHandje, Achter de Barakken 35 in Maastricht. Op 18, 19 en 20 mei 2013 van 13.00 tot 18.00 uur. Meer info: www.huismethethandje.blogspot.nl of www.kunsttour.com

vrijdag 19 april 2013

Maastricht, een waardeloze vesting?



Het is de titel van een tentoonstelling in het Centre Céramique in Maastricht. Een titel die veel discussie oproept (en misschien daarom wel heel goed gekozen is?). Maar daar gaat dit berichtje niet over. De tentoonstelling is opgebouwd rondom de bekende stadsmaquette die de stad Maastricht laat zien in het jaar 1748. Het is veruit de grootste maquette die er bestaat van de stad. Op 39 vierkante meter, 600 maal kleiner dan de werkelijkheid is de stad, de vestingwerken en een flinke strook buitengebied opmerkelijk gedetailleerd weergegeven. De kopiemaquette is precies even groot als het origineel. In 1982 werd de kopie voltooid en stond ik er als puber bewonderend naar te kijken. Maar, kleine jongens worden groot (of niet?) en geleidelijk aan rolde ik in het vak van de maquettebouw. Als kunstenaar en als ambachtsman. Vanuit die laatste benadering werd ik in 2003 gevraagd door de eigenaresse van de kopiemaquette (de Stichting Maquette Maastricht) me als een soort conservator/restaurator te ontfermen over dit unieke werkstuk. Sindsdien begeleid ik altijd het transport, de opbouw, de opslag, de reiniging en duizend andere werkzaamheden die voorvallen rondom deze stadsmaquette. Zo ook in het kader van de tentoonstelling 'Maastricht, een waardeloze vesting?' Maar deze keer is bijzonder: mijn vak en kunstdiscipline vormen zèlf een onderwerp op de tentoonstelling, omdat de maquette de komende jaren gerestaureerd gaat worden door mijn atelier. Op de tentoonstelling zijn prachtige foto's te zien van mijn vingers, griezelig dicht bij de zaagmachine, er zijn speciale gereedschapjes te zien uit mijn atelier, en ik verzorg een paar lezingen over de maquette en mijn vak.

Voor meer info: http://tentoonstelling.centreceramique.nl/index.php?id=3316
(De foto waarop ik zelf op de maquette sta is gemaakt door fotograaf Jos Nelissen)



zondag 31 maart 2013

Van Aankomst tot Bevolking met Inkthumaniteiten








De Utrechtse stadsschouwburg nodigde me precies twee jaar terug uit om de serie inkttekeningen Inkthumaniteiten te exposeren als een installatiewerk. Een verkenning langs mogelijke plekken in het karakteristieke gebouw van architect Dudok voerde meteen naar de foyer die naar hem vernoemd is. Niet verbazend, want in de Dudokfoyer heeft deze grootmeester een wel heel aansprekend spoor achtergelaten in de vorm van vijf 'ornamentele lantaarns' die op uitbundige wijze in kristal en metaal het ritme van de strakke glazen gevel begeleiden. Ik heb Dudoks lantaarns een conversatie aan laten gaan met vier nieuw gemaakte, horizontaal opgestelde paneelschilderingen. De werken Aankomst, Ontkenning, Bevraging en Verwijzing vormen als een soort 'tafelobjecten' de inleiding tot het hoofdobject Bevolking. Dat omvat als een grote kijkdoos de 48 tekeningen van Inkthumaniteiten. De aanwezigheid van de installatie bleek even wennen, maar de gebruikers van koffie, thee, wijn of fris mochten hun kopje of glas gewoon neerzetten op de werken. Want ik vind dat kunst bestaat om te communiceren.

Een maand of twee later haalde ik de tentoonstelling op. En toen overkwam me een wel heel bijzonder compliment: de vraag of de tentoonstelling nog een keer terug zou kunnen keren! En nu is het zover. Aankomst, Ontkenning, Bevraging, Verwijzing en Bevolking zijn weer te zien in Utrecht!

De foto's geven een beeld van de voorbereidingen; de laatste twee laten de voltooide expositie zien.

29 maart - 15 mei 2013

Stadsschouwburg Utrecht, Dudokfoyer.
Lucasbolwerk 4, Utrecht
voor meer informatie over openingstijden en bereikbaarheid: zie de website van de schouwburg: www.stadsschouwburg-utrecht.nl

vrijdag 22 maart 2013

Pour toujours: HuisjeBoompjeBeestje














(Texte en français ci-dessous)

Het begrip ‘theater’ heeft meestal betrekking op een gebouw. Het woord laat zich ook gemakkelijk associëren met minder stoffelijke betekenissen. Een theatermaker construeert immers geen zaal maar schrijft een script en politiek theater is evenmin de aanduiding voor een gebouw. De theatrale installatie ‘Pour toujours: HuisjeBoompjeBeestje’ die ik samen met mijn Franse collega-kunstenaar Aurore Halpert maakte, vormt echter een theater dat wat minder voor de hand ligt. Het combineert betekenissen door gebouw, ruimte, decor en acteur tegelijk te zijn, in een theatrale installatie die zich afspeelt in de wereld van een ietwat armoedig gezin, ergens in de vorige eeuw.
Gebruiksvoorwerpen, kleding en interieurs gingen lang mee in zo’n huishouden. Ze raakten doordrenkt met de levens waaraan ze dienstbaar waren. Klein en groot verdriet, ingetogen en uitbundige vreugde hoopten zich erin op. Het werden daardoor bijna mensen op zichzelf. En net als mensen wilden ze hun verhalen delen met de bezoeker, de belangstellende, de toehoorder. Om dat mogelijk te maken zijn ze in Pour toujours: HuisjeBoompjeBeestje ontheven van hun praktische taak door ze te ‘portretteren’. Daardoor worden het acteurs in een verstild theaterstuk.
De vroegere diensttrap van het monumentale Generaalshuis, de voorbouw van het Theater aan het Vrijthof in Maastricht, speelt in de tentoonstelling een belangrijke rol. De traptoren is in het kader van dit project voor publiek toegankelijk gemaakt om te kunnen verhalen over het afscheid dat elk lid van de familie ooit van het andere moet nemen en de herinneringen die achterblijven.

Pour toujours: HuisjeBoompjeBeestje is vrij toegankelijk tijdens de openingsuren van het Theater aan het Vrijthof. Die zijn in elk geval van di-vr 12-18 u. Voor meer informatie zie de website van het theater. De tentoonstelling staat een flinke tijd en er is vooralsnog geen einddatum bepaald.


L'installation théâtrale Pour toujours: HuisjeBoompjeBeestje au Théatre aan het Vrijthof à Maastricht (NL) se veut être une oeuvre d’art qui combine les significations du ‘théâtre’ en tant que bâtiment, pièce, décor et acteur, en une unique installation artistique qui raconte la vie d'une famille d’ouvriers du siècle dernier.Ustensiles, vêtements et mobiliers ont une longue durée de vie dans ces maisons. Ils restent imprégnés des vies dont ils furent les serviteurs. Petits et grands chagrins, joie débordante ou retenue, s’y sont accumulés. Ces objets deviennent, par cela même, des personnages. Comme les gens, ils ont voulu partager leurs histoires avec les visiteurs, les curieux, les spectateurs. Pour ce faire, ils sont, dans ‘Pour toujours: HuisjeBoompjeBeestje’, déchargés de leur aspect usuel et présentés tels des portraits. Ils deviennent les acteurs d'un théâtre silencieux. Le banc sait tout sur cette rencontre d'où découle un mariage, une paire de sabots raconte un parent cherchant son enfant. Dans ‘Pour toujours: HuisjeBoompjeBeestje’ le spectateur est invité à voyager, dirigé par les œuvres d’art. La petite tour de 1804 participe à la scène de théâtre ‘Pour toujours: HuisjeBoompjeBeestje’. Exceptionellement ouverte au public, on y trouve l’escalier de la famille, témoin des adieux échangés.

Pour toujours: HuisjeBoompjeBeestje est librement accessible lors les heures d'ouverture de l'acceuil du Theater aan het Vrijthof à Maastricht: tlj sauf le lundi de 12 à 18 h.

(Un grand merci à Aurore Halpert pour les photos!)

zaterdag 2 maart 2013

Maison art Putz





Precies twintig jaar geleden schreef ik mijn atelier in bij de Kamer van Koophandel. Het bedrijfje kreeg een papieren dossier met het nummer 31139 en werd gerangschikt onder de categorie 'zakelijke dienstverlening'. Niemand had nog van termen als creatieve industrie gehoord.
En toch voegden zich in mijn werk kunst en ambacht naadloos samen. De maquettes die mijn atelier verlieten omvatten altijd meer dan de zichtbare werkelijkheid. Verhalen, sfeer, geur en geluid waren en zijn voor mijn werk belangrijke inspiratiebronnen naast afmetingen, kleuren en zichtbare structuren. Altijd heb ik naast de opdrachten vrij werk gemaakt. Vaak waren het kleine, abstracte of half abstracte miniatuurobjecten onder glas, met de menselijke samenleving als grootste inspiratiebron. Er ontstonden tientallen van deze objecten. Na 2005 veranderde mijn werk en namen tekeningen de hoofdrol over.
Veel van de miniaturen zijn in de loop van de jaren verkocht, weggegeven of verloren gegaan. De verkochte bevinden zich in privécollecties en zijn vaak nauwelijks nog te traceren. Zo had het toenmalige museum Spaans Gouvernement in Maastricht (het huidige Museum aan het Vrijthof) er in 2005 een hele dobber aan om een aantal bruiklenen op te sporen voor mijn solo-expositie 'De Versmelting'. Van de verloren gegane werkjes zijn meestal nog wat foto's beschikbaar. Maar vaak ook niet, en bestaan ze alleen nog maar in mijn herinnering.
Dramatisch vind ik dat niet. Niets is immers voor de eeuwigheid. Toch vond ik het bijzonder om eens te bekijken wat er van de bijna vergeten miniatuurobjecten is geworden die zich in de hoeken en gaten van ons HuismethetHandje en het Atelier du Béton Brut bevinden. Tussen spinrag en stof trof ik er heel wat aan. Ik heb ze gereinigd en beschadigingen hersteld zonder het patina dat de tijd over de werkjes heeft gelegd te verwijderen. En ik kon het niet laten: ik heb ook een paar nieuwe gemaakt.

Ze zijn op de zondagen 3 maart, 7 april en 5 mei te zien in het prachtige Maison art Putz dat zijn deur opent als onderdeel van de 'Kunstroute Weser-Göhl'.

Zondag 3 maart 2013 en zondag 7 april, van 14-18 uur. 

Kulturelle Begegnungsstätte Maison art Pütz
Dieter Schlusche
Rue de Hombourg 2
Montzen

België

Voor meer informatie zie de website van de kunstroute: www.kunstroute-weser-goehl.de

zaterdag 12 januari 2013

Stenen, handen en ideeën / Stones, hands and ideas



 
 
 



Gebouwde menselijkheid tussen de Jordaan en de Middellandse Zee...

 
...in een reizende tentoonstelling!

In de menselijke geschiedenis mengden nieuwkomers zich maar zelden in alle rust onder hun gevestigde medemensen. Bijna altijd ontbrandde er een uitzichtloos conflict. Al tijdenlang is dat dan ook het geval in Palestina en Israël. Al eeuwen vestigen zich er nieuwe inwoners, en verplaatsen mensen zich binnen het gebied. Ze nemen hun religie, taal en gewoonten van thuis mee als een vertrouwd houvast.
 
Als mensen ergens zijn neergestreken is het creëren van een dak boven het hoofd het eerste dat moet gebeuren. De gedachten ‘van thuis’ over een vertrouwde leefomgeving spelen daarbij een hoofdrol. Buurten en dorpen van nieuwkomers komen er daardoor vaak anders uit te zien dan de bestaande bebouwing. Maar ook de bestaande, vaak eeuwenoude huizen waren al verrijkt met talloze invloeden van buitenaf.
 
Ondanks vele oorlogen, bezettingen en overeenkomsten, waardoor mensen moesten vluchten of verhuizen is het volledig vernietigen van de achtergelaten huizen vaak achterwege gebleven. Daardoor is het land tussen de Jordaan en de Middellandse Zee een schatkamer van bouwkunst en stedenbouw. Het is een schatkamer die bijna nooit helemaal wordt geopend. Israël en Palestina worden meestal door een sterk gekleurde bril bekeken. Religieuze, politieke, sentimentele of andere subjectieve brillen zorgen voor een emotioneel beladen selectie en maken het voor de belangstellende reiziger moeilijk de objectieve werkelijkheid van zand, stenen, cement en beton te ontdekken.

In onze tentoonstelling ‘Stenen, handen en ideeën’ spelen emotioneel geladen waardeoordelen geen rol. Het project wil een objectief beeld bieden van de unieke stedenbouw, bijzondere dorpsarchitectuur en andere, opmerkelijke menselijke sporen in het Israelisch-Palestijnse landschap.

Het is een reizende expositie die bestaat uit een voortdurend groeiend aantal kleine, gedetailleerde maquettes. Een afbeelding van de werkelijkheid, een korte beschrijving in het Engels en het Nederlands, en een aanduiding van de locatie maken de onderwerpen van ‘Stenen, handen en ideeën’ toegankelijk.

Wij (Gonnie Meijer en Paul Tieman) zijn uiteraard de drijvende krachten achter ons eigen project. We durven wel hardop te zeggen dat we een ruime reis- en werkervaring in het Midden-Oosten hebben opgebouwd. Onze diepgravende belangstelling voor stedenbouw en historische geografie bracht ons daar vanzelf op het spoor van de eeuwenoude Palestijnse bouwkunst, Europese fortificaties, Bosnische dorpen, Duitse gemeenschappen, Britse barakken, Israelische nederzettingen, en inventieve ingenieurskunst, om maar een paar voorbeelden te noemen. Om een volstrekte onafhankelijkheid te waarborgen organiseerden en financierden we het hele project zelf. Daardoor konden we in alle rust te werk gaan zonder inhoudelijke beïnvloeding van sponsors of subsidieverstrekkende instellingen.

‘Stenen, handen en ideeën’ beleeft zijn première bij boekhandel Selexyz in Maastricht. Deze boekhandel is gevestigd in de voormalige Dominicanenkerk en daar zal de eerste serie maquettes te zien zijn. Een ‘volle’ locatie als deze lijkt niet meteen voor de hand te liggen voor een tentoonstelling die de bezoeker in alle rust wil uitnodigen tot een nieuwe kijk op een gevoelig onderwerp. Maar toch was het een heel bewuste keuze. Een grote, algemeen georiënteerde boekhandel, gevestigd in een voormalig kerkgebouw kan volgens ons als geen andere geest het doel van het project onderstrepen en versterken.
 
Marcel Kurpershoek (Arabist, diplomaat, auteur van reisboeken en groot kenner van Arabische poëzie) opent de tentoonstelling met een sprekende voordracht. Hij weet waarschijnlijk beter dan wie ook, hoezeer de gekleurde bril van emotionele lading de fascinerende, verbijsterende werkelijkheid van het Midden-Oosten kan vertroebelen.
 
De opening is op zondag 20 januari 2013, om 15.30 uur en is voor iedereen vrij toegankelijk. Er is ook muziek (geen muzikaal behang) van Merle Sibbel.
 
Stenen. handen en ideeën / Stones, hands and ideas is te zien van 20 januari tot en met 2 maart 2013, tijdens de ruime openingstijden van Selexyz Dominicanen. Adres: Dominicanerkerkplein 1, Maastricht.

Bij de foto's:
1. Het 'throne village' Ras Karkar in werkelijkheid.
2. Het kasteel van Ras Karkar in aanbouw, maar dan 700 keer kleiner dan de werkelijkheid
3. De maquette van Ras Karkar in voltooide vorm
4. Een appartementenblokje uit de jaren 1950 in de wijk Kiryat Shalom in Tel Aviv.
5. Pas op de maquette wordt duidelijk dat Kiryat Shalom een unieke buurt is, aangelegd in de vorm van de Hebreeuwse (handschrift-)letter 'sjien' van 'sjalom', dat zowel 'vrede' als 'hallo' betekent.

dinsdag 8 januari 2013

Halte St Gerlach







In 1903 bouwde de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen voor de halte Sint Gerlach een heus stationsgebouw. Het was een rijkversierd, houten gebouw, maar het comfort voor reizigers en personeel was nogal spartaans. Het interieur bestond uit een grote wachtruimte met een aantal houten banken tegen de wanden, een kantoortje met enkele loketten en een open afdak voor het stallen van bagage. Verwarming was er niet. Wel werden er enige 'gemakken' aangelegd in een aanbouw van de bestaande wachterswoning.
Ruim dertig jaar na de bouw ging de zaag in het gebouw, dat na de opheffing van de halte Houthem was omgedoopt tot 'station Houthem-Sint Gerlach'. Er werd een nieuw interieur ingebouwd, verwarming, toiletten. De wachterspost werd er ook ondergebracht. Bij die verbouwing verdwenen de meeste ornamenten van de gevels en werd het een sober, doelmatig gebouw. Nadat in 1985 de wachterspost was opgeheven sloot het station enkele jaren later het loket. Sindsdien stoppen er nog wel treinen in Houthem-St Gerlach, maar leidt het laatste houten station van Nederland een kwijnend bestaan. Sloopplannen van beheerder NS-stations brachten daar verandering in. Er kwamen gedachten op gang over een toekomst voor het gebouw in plaats van de afbraak.
Een jaar of wat geleden kreeg mijn atelier de eervolle opdracht om een ontwerp te maken voor de restauratie en de verbouwing tot vakantiewoning. In december 2012 kon het plan eindelijk openbaar gemaakt worden. Tot mijn verrassing is iedereen enthousiast.
Het wordt een ander soort restauratie dan gebruikelijk. Niets wordt gesloopt, er worden alleen nieuwe elementen toegevoegd. De feestelijke, ietwat deftige sfeer van 1903 komt weer terug, maar in fijnzinnige eigentijds-eigenwijze vormgeving. Ook de beginnende art-nouveau die in de gevels zichtbaar was in de ronde raampartijen, komt weer terug. Door een uitgekiend kleurenplan waar de kleuren warm tabaksbruin en glanzend zwart de hoofdrol spelen krijgt het gebouw weer een elegant-deftige uitstraling. En de naam 'Sint Gerlach' keert terug op de gevels.
Het is de verwachting dat komend half jaar nodig is voor de uitwerking en de procedures, en tegen het einde van 2013 de 'Halte Sint Gerlach' zijn eerste gasten kan ontvangen.

De foto's geven een beeld van de ontwerptekeningen voor de restauratie. Inderdaad, het presentatieplan is uitgevoerd in inkt op papier. De onderste foto geeft een beeld van de situatie in 1903.

zie ook: http://www.industrieel-erfgoed.nl/index.php?option=com_content&view=article&id=1114:stationsgebouw-houthem-st-gerlach-gered&catid=13:uit-de-media&Itemid=2